Honderd jaar geleden vestigde ADO zich in het Zuiderpark

Honderd jaar geleden vestigde ADO zich in het Zuiderpark. Op zondag 18 oktober 1925 speelde de club er zijn eerste (competitie)wedstrijd, tegen VIOS. De geestelijke vader van het Zuider(sport)park, mr. Pieter Droogleever Fortuyn, verrichtte de officiële opening door een roodgroen lint door te knippen. Eindelijk had ADO een vast onderkomen na een jarenlange zwerftocht door de stad.

 

Het Zuiderpark, waar de tweedeklasser twee jaar later de eerste klasse bereikte en dus voor het eerst op het hoogste niveau zou gaan spelen. Waar tweemaal de landstitel werd veroverd (in 1942 en 1943) en eenmaal de KNVB-beker (1968) zou worden gewonnen. Daartussen en daarna beleefde de club vele avonturen, hoogte- en dieptepunten.

Ondanks de verhuizing van de profs in 2007 bleef de opleiding in het Zuiderpark, in het gedeelte dat De Aftrap zou gaan heten. En nu keren de profs binnenkort terug naar de oude vertrouwde grond, om er te trainen en de basis te leggen voor hopelijk nieuwe glorie.

In de eerste twintig jaren van haar bestaan zwierf ADO als het ware door de stad. Het Zuiderpark was alweer de elfde pleisterplaats, maar daar zou de club bijna 82 jaar gevestigd zijn. In het eerste volkspark van Nederland kwam ADO tot volle bloei en volledige ontplooiing.

Wethouder mr. Pieter Droogleever Fortuyn maakte zich sterk voor de vaste stek voor ADO, dat in het Zuiderpark drie velden tot haar beschikking kreeg. In het seizoen 1925-1926 moest de verhuizing van de Wassenaarsweg naar het Zuiderpark haar beslag krijgen. Maar zonder slag of stoot ging het niet.

Toen de competitie begon bleek het hoofdveld nog niet speelklaar en week ADO voor haar eerste thuiswedstrijd tegen het Rotterdamse RFC uit naar het toenmalige terrein van VUC aan de Loosduinseweg. Uiteindelijk zou de tweede thuiswedstrijd voor de competitie in het Zuiderpark plaatsvinden op zondag 18 oktober 1925.

Echter, diverse clubs klaagden vooraf over de kleedaccommodatie. Die voldeed ook allerminst aan de eisen van destijds. Een noodvoorziening bleek de oplossing. Hoe herkenbaar zijn de problemen met de huidige tijd, waarin de terugkeer van de ADO-profs naar het Zuiderpark er ook een is met hindernissen, hobbels, teleurstellingen en tegenslagen. Blijkbaar is het pad naar succes daarmee geplaveid.

Mr. Pieter Droogleever Fortuyn, inmiddels oud-wethouder vanwege zijn aanstaande benoeming tot burgemeester van Rotterdam, was enorm in zijn nopjes toen ADO’s eerste wedstrijd in het Zuiderpark eraan kwam. Hij nodigde de pers uit om kennis te nemen van het gloednieuwe Zuidersportpark.

Het Vaderland berichtte op donderdag 15 oktober 1925 op de voorpagina:

Het Zuidersportpark
Oud-wethouder mr. P. Droogleever Fortuyn, de geestelijke vader van het Zuiderpark, had ons gistermiddag geïnviteerd om het Zuidersportpark te komen bezichtigen. Het was er geen uitgezocht weer voor, regen- en hagelbuien, maar het veld doorstond de proef.

Het complex is omgeven door een brede sloot, die onder controle staat van een klein gemaal. Het Zuiderpark is eigenlijk een polder, zonder hoogheemraden en ingelanden. Het bestuur van ADO denkt door doelmatige bemaling buiten een dure drainage te kunnen. Tot op heden levert het gemaal zeer bevredigende resultaten.

Het complex is nog niet af. De hoofdingang van ADO is niet meer dan een gat in het rasterwerk. Het Zuidersportpark omvat negen velden, waarvan het hoofdveld van ADO internationale afmetingen heeft. En er is nog ruimte voor bijvoorbeeld korfbalvelden en tribunes.

ADO en de overige verenigingen hebben een pracht speelgelegenheid gekregen. Den Haag heeft haar reputatie van Groot Den Haag ermee bevestigd.

Dat de belangstelling voor de officiële opening van het Zuider(sport)park groot bleek, was met zo’n aankondiging niet vreemd. Maar dat er 5.000 bezoekers waren lijkt voor een veld (nog) zonder tribunes onwaarachtig. De helft ervan lijkt waarschijnlijker, want 2.500 mensen die het veld omzoomden komt geloofwaardiger over.

Bron: ADO Post – Frans Leermakers.